Call of Duty Vanguard review – Een kwestie van perspectief

Geplaatst: 8 november 2021 om 09:00Aangepast: 7 november 2021 om 17:35
Dit najaar gaan de grootste shooterfranchises weer ouderwets met elkaar de strijd aan. Jacco legt uit waarom Call of Duty: Vanguard die oorlog waarschijnlijk niet gaat winnen, al maakt dat voor de reeks weinig verschil.

”Moet ik Call of Duty: Vanguard halen?” Die vraag is me tijdens het reviewproces een keer of tien gesteld, alsof ik een soort Call of Duty-profeet ben en een op maat gemaakt antwoord kan formuleren. Dat terwijl het antwoord op die vraag dit jaar relatief simpel is: ja, als je zin hebt in een hele lekkere multiplayermodus.

Frisse invalshoeken

De langverwachte campagne is namelijk… wel oké. Als er iets is wat de campagne van Vanguard goed doet, dan is het de Tweede Wereldoorlog op een frisse manier tonen. Geen D-Day of een klassieke invulling van de slag om Stalingrad, maar persoonlijkere verhalen die zich vaker achter vijandelijke linies afspelen dan de protagonisten wellicht willen. Eigenlijk is het verhaal van Vanguard één grote flashback, die de heldendaden van een stel bij elkaar geraapte, kleurrijke types vertelt: de eerste generatie speciale eenheden.

Dat werkt meestal. Neem een Russische dame die Stalingrad Duitser na Duitser bevrijdt om haar familie te redden, of een Australische infanterist die een ramp voorkomt en alsnog wordt uitgekotst door z’n officieren. De subtiele, serieuzere ondertonen die bij deze minder gangbare invalshoeken komen kijken, maken dat Vanguard niet aanvoelt als een herhalingsoefening. Zo waren de Australiërs eigenlijk helemaal niet zo blij om altijd maar onder de Britse vlag te vechten. Bovendien is protagonist Arthur Kingsley zwart, wat helaas toen nog een issue was in het Amerikaanse én Britse leger. Ontwikkelaar Sledgehammer Games is niet bang om dat te benoemen, zonder dat zo’n thema het verhaal beheerst.

Call of Duty Vanguard

Anderzijds is de campagne soms verbazingwekkend luchtig voor een Tweede Wereldoorlog-game, alsof Zack Snyder een vinger in de pap had tijdens de productie. Waar Call of Duty: WW2 zich nog richtte op de vermissing van een kameraad, draait Vanguard om een complottheorie binnen de Nazi’s en is het qua toon daarom veel meer in lijn met de Zombies-modus. Daarbij vliegen de tenenkrommende oneliners je soms om de oren en leent het meer dan eens van de Uncharted-games als het gaat om actie. Er zijn genoeg spannende missies in de game te vinden – waarvan een lekker groot deel gebaseerd op stealth – maar het popcorngehalte steekt soms raar af tegen de setting.

Het helpt trouwens dat Vanguard er goed uitziet. Het is niet de revolutie die Modern Warfare uit 2019 was, maar wel een geëvolueerde engine met prachtig licht en vuur, en omgevingen die je in sommige gevallen totaal kunt slopen. Een missie die mij bijblijft, is de ontsnappingstocht in Operation Tonga om precies de bovengenoemde redenen. Ook mag gezegd worden dat de soundtrack bij vlagen positief opvalt - niet gek met God of War-componist Bear McCreary aan boord. 

Call of Duty
Call of Duty Vanguard
Call of Duty Vanguard

Ouderwets hooked aan de multiplayer

Laat ik maar met de kapot geschoten deur in huis vallen: de multiplayermodus is veruit het beste aan Call of Duty: Vanguard, een die me op een ouderwetse manier hooked heeft. Als multiplayerliefhebber gebeurt dat bij mij wellicht sneller dan voor spelers die enkel nog hun vrije uren aan Warzone besteden, maar dan nog valt er wat voor te zeggen om Vanguard een kans te geven.

Écht nieuw is de focus op destructie, waarbij kleine delen van de map op een indrukwekkende manier aan stukjes geschoten kunnen worden. Op geen enkele manier verandert dat de gameplayfundamenten van Call of Duty, maar her den der levert het situaties op die je binnen de franchise nog niet eerder zag. Zo kan het zomaar gebeuren dat je dekking aan flarden wordt geschoten tijdens het verdedigen van een vlag, waardoor je toch anders na moet denken over hoe je te werk gaat. Ook leveren kapot geschoten stukken en deuren soms handige kijkgaten op, waardoor je tegenstanders ongezien op de korrel kunt nemen.

Battlefield wordt het echter nooit, en de vraag is natuurlijk of je dat wil in een game waarin 12 tot 48 idioten kogels rondsproeien alsof het al lente is. Het zorgt in ieder geval voor een hoop chaos, zeker gecombineerd met de gemiddeld kleinere, minder symmetrische maps. Het aanbod is daarbij indrukwekkend groot: zestien core maps, met nog vier stuks voor de nieuwe Champion Hill-modus. En hoewel er nog geen rasechte klassiekers te vinden zijn, behoren Das Haus, Desert Siege en Hotel Royal nu al tot m’n persoonlijke favorieten.

Call of Duty Vanguard
Call of Duty Vanguard
Call of Duty Vanguard

Totale waanzin

Omdat de maps wat kleiner zijn en Sledgehammer Games een lagere time to kill combineert met de grotere bewegingsvrijheid van Black Ops, speelt Vanguard mégasnel. Over het algemeen is dat behoorlijk lekker – gewoon hersenloos schieten op alles wat je ziet – maar in het geval van sommige maps en modi vliegt Vanguard toch uit de bocht. Godzijdank kun je zelf aanpassen hoeveel mensen er op een map spelen: Tactical voor een wat rustiger potje, Assault voor de oldskool snelheid en Blitz voor totale waanzin. Doe me een lol en zet die laatste uit.

Verder is Vanguard gewoon een snellere, getweakte versie van Modern Warfare uit 2019. Je kunt nu bewegen tijdens het mounten van je wapen, blindfire is een optie (al denken sommigen dat ik áltijd met m’n ogen dicht schiet) en handige features als cross-play en Gunsmith zijn aanwezig. Los van de wat saaie Champion Hill-modus – een mix tussen Gunfight en battle royale – is Vanguard gewoon een hele lekkere multiplayerschooter.

Call of Duty Vanguard

Briljant concept, weinig content

De ‘derde modus’ is dit jaar weer Zombies, gemaakt door niemand minder dan Treyarch. De zombiemeesters vonden de modus uit, maakten een aantal van de beste maps ooit en springen nu voor het eerst in om hun Dark Eather-verhaallijn door te zetten. Heel eerlijk: ondanks het checken van allerlei lore-video’s snap ik er soms de ballen van, maar dat maakt voor het nieuwe Der Anfang niets uit. De map geeft vooral een bovennatuurlijke verklaring voor de vaardigheden van spelers, die in Stalingrad vechten tegen duizenden gesneuvelde soldaten die als zombies wat bijklussen.

Stalingrad is dan ook je HUB, van waaruit je door portalen naar andere omgevingen binnen en buiten de stad reist om daar objectives te voltooien. Eenmaal teruggekeerd breidt Stalingrad weer ietsje uit, upgrade je wapens, craft je armor en drink je de bekende drankjes voor extra vaardigheden (typisch avondje uit in Rusland dus). Een hele toffe nieuwe feature daarbij is The Altar of Covenants, een zwevend gebeuren waar je in ruil voor een heel goor hart een passieve vaardigheid kiest. Die zijn elke ronde anders en sterker, waarmee je iedere keer je built van drie Covenants kunt bepalen. Die cyclus van missies voltooien en upgraden werkt fantastisch. Dankzij de portals zit je direct weer in de actie, en Stalingrad is niet zó vol dat je amper de tijd hebt om een volgende upgrade te kiezen.

Helaas is er ook een schrijnend tekort aan content, wat Der Anfang ervan weerhoudt een van m’n favoriete Zombies-ervaringen te zijn. Zo zijn de omgevingen waar je naartoe reist schaars, zijn er slechts drie verschillende soorten missies, vind je maar drie verschillende soorten zombies en bereik je al gauw het uiterste van wat Stalingrad te bieden heeft. Meerdere lange potjes achter elkaar spelen wordt daarmee helaas sneller eentonig dan je zou willen van een Zombies-modus. Met de belofte van meer content in het achterhoofd is dat dus iets om rekening mee te houden als Zombies je jam is.

Call of Duty

Wint de oorlog niet

Tegenwoordig is het Call of Duty-universum natuurlijk veel groter dan alleen een nieuwe game. Naast een onmogelijk populair spelletje genaamd Call of Duty: Mobile maakt Warzone zich op voor de derde fase van de game. Dat omvat dit keer een échte nieuwe map op een eiland in de Stille Oceaan met totaal nieuwe omgevingen. Het is daarom goed om te weten dat alle wapens, operators en voertuigen uit Vanguard worden geïntegreerd in de game, met een shitload aan toekomstige gratis content in de battle pass.

Vanguard heeft daarmee de potentie om een van de meest uitgebreide games uit de franchise te worden, mocht Sledgehammer Games het volhouden om zoveel wapens, maps en hopelijk meer Zombies-content uit te poepen. Anderzijds is Vanguard zelf nergens écht memorabel en profiteert het nog altijd van Modern Warfare’s vele innovaties uit 2019. Daarmee is het een prima shooter voor dit najaar, maar is het ook absoluut geen gekke keuze om dit jaar uit te zitten tot Infinity Ward weer aan de beurt is. De najaarsoorlog wint het spel in ieder geval niet.

Call of Duty: Vanguard is nu beschikbaar voor PlayStation 5, PlayStation 4, Xbox Series X en S, Xbox One en pc.

Conclusie

Ons oordeel

7
70

Call of Duty: Vanguard

Call of Duty: Vanguard is met een redelijke campagne, een geweldige multiplayermodus en een goede doch karige Zombies-modus een aardig, nieuw deel. Of dat voldoende is, weet je zelf het beste.

Ons oordeel

70
Call of Duty: VanguardCall of Duty: Vanguard is met een redelijke campagne, een geweldige multiplayermodus en een goede doch karige Zombies-modus een aardig, nieuw deel. Of dat voldoende is, weet je zelf het beste.
Jacco PeekHoofdredacteur Gamer.nl. Zwak voor The Witcher, Pokémon en egels.

Lees Meer


Power UnlimitedLaden..
Power UnlimitedLaden..

Opmerkingen

Login of maak een account en praat mee!

Er zijn nog geen reacties geplaatst.Login om een reactie te plaatsen.

Gerelateerde artikelen

Meer artikelen tonen
Power UnlimitedLaden..
Power UnlimitedLaden..
Power UnlimitedLaden..
Power UnlimitedLaden..