Door:

Mr.Gans
Power Unlimited

De geheimzinnige plek

Aangekomen te vakantiebestemming Napels in Italië besloot ik de stad in te trekken om op verkenning te gaan. Het was een vrij moderne stad, met veel bedrijvigheid en een hele boel oude mensen dat met volgeladen plastic zakken rondwandelen. Voor zover ik kon inschatten hadden al deze mensen net boodschappen gedaan. Er was echter een stukje dat was afgesloten door hoge, ouderwetse rode bakstenen muren, met een grijs stenen plateau erbovenop. Naar ruwe schatting een drietal meter hoog. Ik besloot rond het afgesloten stuk een toer te maken, om te zien hoe groot het was. Het was niet al te groot, ongeveer drie kilometer wandelen, maar toch nam het een serieus stuk in in de anders zo modern, gelijkgebouwde en gelijkgeschakelde stad.  De structuur had een driehoekige vorm. Het paste niet in het geheel, en stak er zo tussenuit dat het mijn nieuwsgierigheid prikkelde. Wat zou zich achter deze muren bevinden? Ik besloot een tweede toer te doen, om te kijken of er geen zwak stuk was in de muur waar ik op één of andere manier kon opklimmen zodat ik eroverheen kon kijken. Op een gegeven moment zag ik een boom staan met lange gebladerde takken welke tot over de uur reikten. Daar kon ik best inklimmen. Rond de muur in de stad, was opvallend weinig volk aanwezig, ik kon dus gemakkelijk ongezien in de boom klimmen. Het leverde een sterk contrast op met het winkelende volk een paar kilometer verder. Een vervallen constructie, midden in de stad, waar geen hond leek te komen. Met een beetje fantasie, kon ik mezelf in een eeuw uit het verleden wanen. Op het dooie gemakje zocht ik plekken in de boom waar ik mijn voeten stabiel kon neerzetten zodat ik mezelf zonder al te veel inspanning kon opwerken. Eenmaal op ongeveer gelijke hoogte met de muur, was het een koud kunstje om over de tak met het vele gebladerte te kruipen. Eenmaal bij de muur aangekomen, kon ik erover kijken. Ik zag een oud, vervallen, door natuur overwoekerd gebouw dat recht voor me uit torende. Een gebouw dat deed denken aan één of andere kostschool uit het verleden, met in het midden een grote, smalle, verticale deur, met aan weerskanten van de deur twee eveneens hoge, smalle, verticale ramen met zwarte tralies ervoor. Rode uitstekende bakstenen waarvan sommige stukken met klimop overwoekerd waren. Ik was nog een hele afstand van het gebouw verwijderd. Onder me zag ik twee grijze, bakstenen pleintjes, welke gescheiden waren door hetzelfde type muur als waar ik op geklommen was, alleen een stukje lager, zodat je deze compartimenten niet vanop de straat kon waarnemen. Deze pleintjes lagen voor het gebouw en waren eveneens overwoekerd door half vergane herfstkleur-achtige bladeren en onkruid dat tussen de grijze regels ontsproot. Nadat ik gekeken had of ik terug over de muur kon geraken nadat ik me zou laten vallen, besloot ik het erop te wagen. Er stonden enkele half verrotte houten tafels onder een plastieken, door hagelstenen gemolesteerd afdakje welke ik gemakkelijk tegen de muur kon schuiven om er terug over te geraken. Ik liet mezelf hangen zodat de val redelijk goed te doen was. Met een doffe plof kwam ik op de grond. Het weergalmde nogal. Ik keek voor me uit en nam de omgeving in me op, het deed me werkelijk denken aan een stuk land in een modern land,  waar de hand des tijds geen vat op heeft gehad, een stuk geschiedenis. Ik wandelde over het pleintje, richting de deur van het gebouw. Toen ik dichterbij kwam, kon ik de deur pas goed zien, het bleek een baby-blauwe, afgebladderde deur te zijn. Zou ze open zijn? Behoedzaam bracht ik mijn hand naar het portier, waarbij ik mijn andere hand figuurlijk achter mijn rug hield met gekruiste vingers, want, ik wilde niet teleurgesteld worden. Ik drukte het zwarte, krullende portier naar beneden waarna ik de deur voorzichtig een duw gaf. Al piepend en krakend ging ze open. Gelukt, ik staarde in het gebouw. Een lange, smalle, hoge gang liep voor me uit. De grond was bezaaid met afval, afgeblakerde verf-schilfers, onkruid dat tussen de voegen van de grond-tegels sproot, en hierdoor en daar enkele uitwerpselen. Toen ik enkele passen voorwaarts deed, merkte ik op hoe verstikkend dat de gang was, hier is lange tijd geen verluchting geweest. Ik rook vooral verf, alsof de gang nog niet zo lang geleden geschilderd was en zonder verlichting de deur werd gesloten. Naarmate ik door de gang vorderde, kreeg ik af en toe geur-vlagen van een zeker verottings-proces door mijn neus. Iets in staat van ontbinding, dat zich naarmate ik vorderde, meer en meer liet gelden. Ik was niet van plan om uit te vinden wat dat was, en besloot als de bliksem rechtsomkeer te maken. Met een stevige pas wandelde ik het plein terug over in de richting waarvan ik gekomen was, terwijl mijn oren de neiging hadden om zich te spitsen op eventueel achterlangs aankomend gevaar. Ik wilde eigenlijk rennen, maar dat zou behoorlijk zinloos zijn geweest,  daar ik de houten tafels nog moest verschuiven zodat ik terug over de muur kon. Onder het afdakje waar de houten tafel stond,  was een ronde betonnen peiler te zien om het afdakje te stutten, waar een officieel uitziend document in een kadertje aan vastgespijkerd was. Het bevatte de Italiaanse als wel als Engelse korte tekst: Since 1984: Hier rusten de slachtoffers van kinder-genocide-kamp MENSTIS Gelieve deze plaats ongerept te laten zodat we allen herinnerd worden aan deze onmenselijke praktijken, en er hierdoor beter op kunnen waken, dat het niet opnieuw gebeurt. Getekend: de Gouverneur

Laatste activiteit: 9 oktober om 08:17Geplaatst: 8 oktober om 13:11

Opmerkingen

Login of maak een account en praat mee!

Er zijn nog geen reacties geplaatst.Login om een reactie te plaatsen.