Bergpassen, neonlicht, barn finds en straatracen tot diep in de nacht. Met andere woorden: Forza Horizon is in Japan, en het is precies zo goed als je hoopt. Alleen ook precies zo vertrouwd als je vreest.
Na vijf delen weet je wat je krijgt met Horizon: een open wereld vol races, stunts en afleidingen die je steeds verder van je oorspronkelijke bestemming trekken. Deel 6 verandert daar weinig aan. Maar de setting verandert alles. Japan is schitterend, gevarieerd en zo volgepropt met activiteiten dat je soms vergeet dat je eigenlijk onderweg was naar een race. Je rijdt door een bamboebos, ziet een mascotte staan, ramt die aan gort, ontdekt een verlaten schuur met een klassieker erin, en voor je het weet is het twee uur later.
De kern is simpel: je rijdt rond in een gestileerde versie van Japan, doet mee aan het Horizon Festival, en werkt je omhoog via wristbands. Wie deel 1 of 2 heeft gespeeld, herkent het systeem. Wie deel 5 heeft gespeeld, herkent vrijwel alles.

ASFALTKOORTS
Het rijden is altijd de grote kracht van Forza Horizon geweest, en deel 6 tilt dat nét een tandje hoger. De physics voelen scherper dan in deel 5. Driften is agressiever en bevredigender, vooral op de Japanse bergwegen die daar perfect voor ontworpen zijn. Je kunt een Nissan Silvia door een reeks haarspeldbochten gooien en het voelt alsof de game precies snapt wat je probeert te doen. Stap daarna in een zware SUV voor een cross-country race en je voelt meteen het verschil in gewicht en tractie. Die variatie per auto was altijd al goed, maar hier zit fijntuning in die je merkt zonder dat je precies kunt zeggen waar.
De Touge-races zijn de beste toevoeging: één-tegen-één duels op smalle bergpassen, puur op rijvaardigheid. Geen peloton van twaalf AI-auto’s dat tegen je aanbotst, maar jij tegen één tegenstander op een strook asfalt waar elke fout telt. Het is de Tokyo Drift-fantasie waar de halve fanbase om vroeg. En het werkt.
TOKYO BIJ NACHT
Japan is zonder twijfel de beste kaart die de serie ooit heeft gehad. Niet alleen qua omvang, want groter dan Mexico was de lat niet, maar qua dichtheid en afwisseling. Besneeuwde bergtoppen in het noorden, eindeloze rijstvelden in het midden, kustroutes in het zuiden, en dan Tokyo. De stad is vijf keer zo groot als Guanajuato uit deel 5 en voelt voor het eerst als een echte metropool. Neonreclames, smalle steegjes, verhoogde snelwegen, het havengebied. ’s Nachts is het een van de mooiste dingen die je in een racegame gaat zien.

Toch is het niet perfect. Tokyo is prachtig maar ook opvallend leeg. Er lopen nauwelijks mensen op straat, en het verkeer is dunner dan je zou verwachten in een stad van dertien miljoen inwoners. Begrijpelijk vanuit gameplay-oogpunt, maar het breekt de sfeer soms net even.
GARAGEFETISJISME
Nieuw zijn de aanpasbare garages en het Estate-systeem, waarbij je een stuk grond krijgt om naar eigen smaak in te richten. Je kunt er een circuit bouwen, een parkeerplaats met je mooiste auto’s neerzetten, of een compleet racecircuit uit de grond stampen. Het doet denken aan de huizenbouw in Fallout 4, maar dan met meer paardenkracht en minder nederzettingen die je hulp nodig hebben. Leuk, maar na een halfuur prutsen lonkt de weg toch weer meer dan de inrichting.
Het autoaanbod is met meer dan 550 stuks weer absurd. Je krijgt ze via races, wheelspins, barn finds, en nieuw: tweedehands auto’s die langs de kant van de weg staan. Sommige zijn al opgevoerd in typisch Japanse stijl, compleet met body kits en lage spoilers. Past perfect bij de setting en geeft de wereld extra karakter.

BEKEND TERREIN
En daar wringt de schoen. Want hoe prachtig Japan ook is en hoe lekker het rijdt, de structuur eronder is vrijwel identiek aan deel 5. Dezelfde soorten races, dezelfde PR-stunts, dezelfde verzamelwoede met bordjes en collectibles. De Discover Japan-lijn is leuk als excuus om rond te toeren, maar de verhaaltjes die erbij horen zijn zo vlak als een parkeerterrein. De personages zijn vriendelijk tot op het irritante af, en het spel doet er alles aan om je nooit het gevoel te geven dat je ergens moeite voor moet doen.
Na drie races op rij winnen wordt je gevraagd of je de moeilijkheidsgraad wilt verhogen. Na twee keer verliezen mag je hem weer verlagen. Het is alsof het spel bang is dat je je even niet vermaakt. Na vijf jaar ontwikkeltijd had meer durf gemogen. Niet per se een compleet nieuw concept, maar wel iets dat de formule op z’n kop zet in plaats van alleen maar op te poetsen. De Horizon Rush-events, een soort parkoers op wielen met vuurwerk en helikopters, zijn spectaculair maar vluchtig. En de race tegen een gigantische mech is absoluut een hoogtepunt, maar dat soort momenten zijn zeldzaam.

OREN OP SCHERP
De soundtrack is een verhaal apart. Playground Games heeft flink geïnvesteerd in Japanse artiesten, en het resultaat is een mix van J-pop, J-rock en elektronische muziek die naadloos bij de setting past. BABYMETAL op Horizon XS, Ado op Gacha City Radio, en tussendoor genoeg westerse acts om het gevarieerd te houden. Na twintig uur stonden er minstens vijf nieuwe bands in mijn Spotify-bibliotheek. Dat deed de serie altijd al goed, en hier is het niet anders.
FINISHLIJN
BEKEND RECEPT, MAAR WAT EEN RECEPT
Forza Horizon 6 is de beste versie van een formule die je uit je hoofd kent. Japan is een briljante setting, het rijden is subliem, en er is genoeg te doen voor honderden uren. Maar wie op zoek was naar een echte evolutie, komt bedrogen uit. Dit is de Horizon die je kent, in een nieuwe jas. En wat voor een jas.
Gespeeld op: Xbox Series X. Forza Horizon 6 is verkrijgbaar vanaf 19 mei op Xbox Series X|S, pc en via Game Pass. De Premium Edition geeft vroege toegang vanaf 15 mei.