Sega-producer Takaharu Terada is niet opgegroeid met de klassieke SHINOBI-games. De PS2-titels, dat was zijn wereld. En toch was hij verantwoordelijk voor de terugkeer van een van Sega’s meest iconische IP’s. Dus deed hij een stap terug.
IGN Japan sprak met Terada en Lizardcube-director Ben Ficken naar aanleiding van de Sega Villains Stage DLC voor SHINOBI: Art of Vengeance. Terada legt uit dat hij de creatieve beslissingen over de legacy volledig bij Lizardcube neerlegde. UI, packaging, console-specifieke zaken: dat regelde Sega. Maar hoe je Musashi opnieuw neerzet na al die jaren, dat liet hij over aan de studio die er wél mee opgegroeid is. Musashi, de hoofdpersoon van de originele SHINOBI-games, was hun terrein.
Niet zonder druk, overigens. SHINOBI was het eerste project binnen Sega’s bredere legacy-strategie. Een slechte ontvangst had de toon voor alles daarna gezet. Toch koos Terada ervoor om niet bij te sturen op het gebied waar hij zelf minder thuis in is. “Ik geloofde in hun Musashi,” zegt hij.
Ficken en zijn team grepen die ruimte. De vroege versie van de game lag dichter bij het origineel, maar naarmate de ontwikkeling vorderde, schoof de focus. Levels en gevechten werden opnieuw doordacht, niet vanuit nostalgie maar vanuit de vraag wat nu werkt. Musashi in Art of Vengeance is niet de Musashi van 1987, maar hij voelt wel als een logisch vervolg.
Het resultaat: een nominatie voor Best Action Game bij The Game Awards 2025 en een IP dat er weer toe doet. Terada is tevreden. En Lizardcube heeft bewezen dat het met Sega’s legacy zorgvuldig omgaat.
Verdere DLC voor SHINOBI komt er niet. Sega Villains Stage was het laatste. Maar beide partijen laten doorschemeren dat dit niet het einde van de samenwerking is. Terada zegt expliciet meer met Lizardcube te willen maken. Ficken houdt het voorzichtig: de studio wil mooie games blijven maken, wat die ook worden.
Concrete plannen zijn er niet. Maar de deur staat open.