Filmreview: Resident Evil is grappig, smerig en verrassend effectief
PU.nl
Films & series

Filmreview: Resident Evil is grappig, smerig en verrassend effectief

Eindelijk snapt iemand het.

Eerlijk gezegd: na acht films en een Netflix-serie die niet eens zijn eerste seizoen overleefde, had niemand nog echt het recht om optimistisch te zijn over een nieuwe Resident Evil-verwerking. En toch zit ik hier, aangenaam verrast.

De Resident Evil-franchise heeft een pijnlijke bioscoopgeschiedenis. Paul W.S. Anderson maakte er een actiefranchise van die meer leunde op slow motion dan op spanning. De reboot uit 2021 vergat een fatsoenlijk budget mee te nemen. En over die Netflix-serie hebben we het verder niet. Je zou denken dat het IP inmiddels kapotgeadapteerd was. En dan komt Zach Cregger, de man achter Barbarian en Weapons, en doet iets wat niemand vóór hem voor elkaar kreeg. Hij maakt een Resident Evil-film die aanvoelt alsof je een Resident Evil-game speelt.

Resident Evil Filmreview

Niet door het verhaal van de games te vertellen. Geen Leon Kennedy, geen Chris Redfield en geen Umbrella-lore waarvoor je een flowchart nodig hebt. We krijgen Bryan, een medisch koerier gespeeld door Austin Abrams, die op een koude winternacht een pakketje naar Raccoon City moet bezorgen. Zijn vriendin is net zwanger, hij heeft geen sneeuwkettingen en eigenlijk wil hij gewoon naar huis. Maar de dubbele betaling trekt. Voor hij het weet rijdt hij een zombie aan op een verlaten bergweg.

PANIEK ALS GAMEPLAY

Wat Cregger goed doet, is de ervaring van een Resident Evil-game vertalen naar film zonder er een letterlijke kopie van te maken. Bryan beweegt van locatie naar locatie zoals je door levels gaat. Auto, boerderij, riool, ziekenhuis. Elke plek brengt nieuwe monsters, wapens en mogelijkheden om in paniek te raken. Een hangslot is onverwoestbaar, ook als je er van dichtbij op schiet, want in deze wereld kom je alleen door een deur met de juiste sleutel. Het is gamelogica, bewust ingezet, en het werkt verrassend goed.

Resident Evil Filmreview

Abrams is hiervoor de perfecte keuze. Waar eerdere Resident Evil-films kozen voor onkwetsbare actiehelden, is Bryan een volslagen kneus. Hij schiet voor geen meter, raakt bij elke confrontatie in paniek en zijn eerste instinct bij gevaar is niet vechten, maar verstijven. Het is herkenbaar voor iedereen die ooit met trillende handen een survival horror speelde en vijf minuten nodig had om de moed te verzamelen voor die ene deur. Abrams speelt het met precies de juiste mix van droge humor en oprechte angst. Zijn reacties op de steeds walgelijker wordende mutanten zijn consequent grappig zonder dat de film ooit in een parodie verandert.

TENTAKELS EN KRAAMBEDDEN

De monsterontwerpen verdienen een aparte vermelding. Cregger en zijn team gaan vol voor de mutatiekant van het t-Virus. De besmette inwoners van Raccoon City zijn geen standaardzombies, maar vervormde horrorfiguren waar tentakels uit schieten, die samensmelten tot grotere klompen vlees en steeds verontrustender worden naarmate Bryan dieper de stad in trekt. Eén scène op een kraamafdeling is zo ongemakkelijk dat je je moet afvragen of Cregger therapie nodig heeft of juist moet geven.

Resident Evil Filmreview

Het meeste werk lijkt praktisch, en dat merk je. De monsters voelen tastbaar op een manier die puur CGI-creaties zelden bereiken. Cameraman Dariusz Wolski filmt alles vanuit Bryans perspectief, vaak over zijn schouder, alsof je naar een third-person game kijkt. Het klinkt als een gimmick, maar het voegt daadwerkelijk spanning toe. Je gluurt mee om hoeken, ziet schaduwen bewegen voordat Bryan ze opmerkt en elke nieuwe ruimte voelt als een kamer die je liever niet zou betreden.

EEN BUDDY MINDER

De grootste tekortkoming van de film is tegelijk een bewuste keuze. Bryan is vrijwel de enige mens op het scherm. Bijrollen van Paul Walter Hauser als een Umbrella-medewerker en Kali Reis als een lijfwacht komen en gaan zo snel dat je nauwelijks de kans krijgt om iets met ze op te bouwen. Hauser en Abrams hebben in hun korte gedeelde scènes zoveel chemie dat je je afvraagt waarom de film niet gewoon een buddy-horrorfilm is geworden. De paar minuten die ze samen doorbrengen zijn veruit het leukste van de hele rit. Jammer genoeg doet Cregger er vervolgens weinig mee.

Resident Evil Filmreview

Het verhaal zelf is dun. Bryan moet een pakketje bezorgen, onderweg gaat alles mis en dan is het klaar. Dat is genoeg voor negentig minuten, maar de emotionele laag rond zijn aanstaande vaderschap voelt meer als een verplicht nummer dan als iets waar je echt iets bij voelt. Cregger is beter in spanning en grappen dan in sentimentele momenten. Gelukkig lijkt hij dat zelf ook te weten, want hij besteedt er niet meer tijd aan dan nodig.

HUMOR ALS WAPEN

Waar de film echt scoort, is in de toon. Cregger weet precies wanneer hij de spanning moet doorbreken met een grap en wanneer hij de stilte moet laten staan. Bryan die zichzelf toespreekt terwijl hij met trillende handen een shotgun herlaadt. Bryan die “interessant” mompelt als er tentakels uit een onthoofd lichaam groeien. Het zijn momenten die doen denken aan Sam Raimi’s Evil Dead-films, zonder daar een kopie van te worden. Resident Evil vindt zijn eigen toon ergens tussen oprechte horror en galgenhumor en houdt die negentig minuten goed vol.

Resident Evil Filmreview

De score van Ryan en Hays Holladay, eerder verantwoordelijk voor Weapons, duwt het geheel nog een tandje verder. Pulserende synths die aan John Carpenters The Thing doen denken, afgewisseld met momenten van onheilspellende stilte. In combinatie met Wolski’s camerawerk levert dat een film op die er niet alleen goed uitziet, maar ook goed klinkt op een manier die je bijna in je maag voelt.

HET SPELCONCEPT ALS FILMSTRUCTUUR

Is er iets om over te zeuren? Zeker. De structuur is voorspelbaar zodra je doorhebt dat elke locatie een nieuw level is. Nieuwe plek, nieuw monster, korte adempauze en door naar de volgende. Na vijf of zes keer merk je het patroon en de spanning heeft daar iets onder te lijden. De derde akte hobbelt bovendien wat onhandig richting een einde dat voelt alsof Cregger nog niet helemaal wist hoe hij het netjes moest afronden. Maar het zijn schoonheidsfoutjes in een film die voor de rest precies doet wat hij belooft.

Resident Evil is geen diepe film. Het is geen film met een boodschap of thematische laag die je dagen later nog bezighoudt. Het is een strak gemaakte, angstwekkend grappige survival horror die laat zien dat je een geliefde gamefranchise kunt verfilmen zonder de ziel eruit te trekken. Cregger begrijpt dat het gevoel van een Resident Evil-game niet zit in de lore of de personages, maar in de hulpeloosheid, de spanning en dat moment waarop je, ondanks alles, toch die volgende deur opent.