Twintig jaar stilte. Eén Oni-handschoen. En een Capcom dat in 2026 blijkbaar niet meer weet hoe het een slechte game moet maken.
Na Resident Evil Requiem, Pragmata en Monster Hunter Wilds zou je denken dat Capcom inmiddels wel even rustig aan mocht doen. Niet dus. De Japanse studio haalt ook nog een franchise van stal die sinds 2006 lag te verstoffen en maakt er opnieuw eentje van waar je veel te makkelijk uren in verliest. Onimusha: Way of the Sword is een harde, filmische actiegame met een heerlijk vechtsysteem en een hoofdpersonage waar je vrijwel meteen een klik mee hebt. Tegelijkertijd maakt de game het zichzelf soms onnodig moeilijk, vooral door keuzes waarvan je je afvraagt waarom Capcom ze überhaupt heeft gemaakt.
SAMURAI MET SMAAK
Je speelt als Miyamoto Musashi, die is gemodelleerd naar filmlegende Toshiro Mifune. Dat karakter zie je meteen terug. Musashi is een arrogante zwaardvechter die maar één doel heeft. De beste worden. De game laat hem eerst onder een brug een rijstbal naar een paar kinderen gooien voordat hij doodleuk naar zijn volgende duel loopt. Hij wint uiteraard. Veel tijd om daarvan te genieten krijgt hij alleen niet, want Kyoto wordt overspoeld door Genma, een leger demonen dat weinig onder de indruk is van zijn perfecte parry. Musashi legt het loodje, krijgt tegen zijn zin een magische Oni-handschoen en wordt vervolgens weer de stad ingestuurd om orde op zaken te stellen.
Het verhaal zelf is niet bijzonder ingewikkeld, maar de manier waarop Capcom het brengt maakt veel goed. Wie de demo al speelde weet dat de studio de regie strak in handen heeft, en dat merk je ook in de volledige game. De cutscenes zijn sterk geregisseerd, de personages lekker overdreven en Musashi is zonder twijfel een van de leukste hoofdpersonages die ik dit jaar heb gespeeld. Hij is gevat en eigenwijs, maar blijft net aan de goede kant van irritant arrogant. De momenten waarop hij wat meer van zijn kwetsbare kant laat zien, zorgen ervoor dat hij niet alleen maar een stoere zwaardvechter is. Mijn advies: speel het in het Japans. De Engelse stemmen doen hun werk, maar de Japanse cast past simpelweg veel beter bij de sfeer.

PARRY TOWN
Het vechtsysteem is waar Onimusha echt om draait, en gelukkig stelt het daar absoluut niet teleur. Pareren en deflecteren staan centraal, met het Issen-systeem als belangrijkste troef. Reageer je precies op het juiste moment op een aanval, dan glijdt Musashi langs zijn tegenstander en haalt hij die in één beweging neer. Mis je de timing, dan kan het net zo goed andersom aflopen. Het is een simpele formule, maar na twintig uur spelen werkt die nog steeds verslavend.
Vooral de manier waarop de verschillende systemen op elkaar aansluiten maakt het zo lekker. Een goed getimede parry vult bijvoorbeeld een meter waarmee je zwaard in een vurige staat komt. Met een perfecte dodge krijg je weer toegang tot een tegenaanval. Tegen gewone vijanden krijg je de timing uiteindelijk aardig onder de knie, maar de bosses zijn waar het systeem echt schittert. Er zijn er achttien en ze hebben allemaal hun eigen patronen, die tijdens het gevecht bovendien veranderen. Een aantal confrontaties behoort zonder twijfel tot mijn favoriete momenten van dit jaar. Ze zijn spectaculair, intens en geven je een heerlijk gevoel wanneer je die laatste klap eindelijk uitdeelt.
De game gooit gelukkig niet meteen al zijn kaarten op tafel. Je begint met een vrij eenvoudige set aan mogelijkheden en krijgt gedurende de campagne steeds meer wapens, Oni-krachten en manieren om vijanden aan te pakken. Daardoor blijft het gevechtssysteem zich ontwikkelen. Zelfs na twintig uur had ik nog regelmatig het gevoel dat ik iets nieuws onder de knie kreeg.

KYOTO, DE BUZZKILL
En dan is er Kyoto. De stad fungeert als een open hub waar je tussen de hoofdmissies door terugkomt om upgrades te regelen, sidequests te doen en Genma-besmettingen op te ruimen. Op papier klinkt dat helemaal niet verkeerd. Het probleem is vooral dat je al snel merkt dat de game je steeds dezelfde rondjes laat lopen.
De sidequests zijn weinig bijzonder. Je gaat ergens naartoe, maakt wat monsters af en komt terug om je beloning op te halen. Ook de zuiveringsactiviteiten veranderen nauwelijks. Dat zou nog te overzien zijn als ze volledig optioneel waren, maar de game verplicht je regelmatig om dit soort activiteiten af te ronden voordat je verder kunt met het hoofdverhaal. Zit je net lekker in een missie en heb je zin in de volgende boss, dan word je eerst weer Kyoto ingestuurd om wat klusjes op te knappen. Dat haalt de vaart behoorlijk uit de game, zeker omdat de hoofdmissies juist zo sterk zijn.
Want zodra je Kyoto achter je laat, laat Onimusha weer zien waar het toe in staat is. De missies zijn strak opgebouwd, gevechten worden steeds verder opgevoerd en de setpieces weten regelmatig indruk te maken. Een gedeelte in een spookhuis met rode draden en allerlei machines voelt als een mooie verwijzing naar het eerste Onimusha, terwijl de aanval op een bergfort vooral één grote adrenalinerush is. Juist daardoor valt het extra op wanneer de game je daarna weer terugstuurt naar Kyoto.

CAPCOM DNA
Tegelijkertijd is het moeilijk om niet te genieten van hoeveel typisch Capcom-DNA er in deze game zit. Bij het oppakken van items hoor je geluidseffecten die rechtstreeks uit Monster Hunter lijken te komen en sommige monsters zouden zo uit Resident Evil kunnen zijn weggelopen. De manier waarop het feodale Japan is vormgegeven doet dan weer denken aan Kunitsu-Gami. Ook na het uitspelen is er genoeg te doen. New Game+ voegt de pittige Carnage-moeilijkheid toe, er is een boss rush en er zijn genoeg verborgen wapens en upgrades om nog even door te spelen. Alleen de campagne is al goed voor ruim twintig uur, zonder dat je alle optionele content hoeft mee te pakken.
Technisch weet Onimusha zich ondertussen prima staande te houden. De RE Engine doet opnieuw wat je ervan verwacht, met gedetailleerde personages en sfeervolle omgevingen. De Performance-modus draait op 60 fps en dat voelt vooral tijdens de gevechten precies zoals het moet. De Quality-modus met 30 fps voegt wat extra beeldkwaliteit toe, maar in een game waarin een fractie van een seconde het verschil tussen een perfecte parry en een klap op je smoel kan zijn, zou ik daar niet voor kiezen.
STERK ALS JE DE VAART ERIN HOUDT
Onimusha: Way of the Sword laat precies zien waar Capcom goed in is. Zodra de game vol gas geeft, is het gevecht diep, strak en heerlijk om te spelen, en Musashi is een hoofdpersonage waar je met plezier mee op pad gaat. Jammer genoeg haalt de open hub met zijn steeds terugkerende klusjes regelmatig de vaart eruit. Wie zich vooral op het hoofdverhaal richt, krijgt een van de sterkere actiegames van het jaar. Wie alles wil doen, moet daar wel een wat minder boeiend middenstuk voor lief nemen.