Nintendo heeft de kwartaalcijfers gepubliceerd en het beeld is redelijk voorspelbaar als je al een tijdje naar dit soort rapporten kijkt: de Switch 2 groeit snel, de Switch 1 weigert dood te gaan, en een paar nieuwe titels doen het al bijzonder goed.
Volgens het officiële financiële rapport staat de Switch 2 op 19,86 miljoen verkochte exemplaren. In het afgelopen kwartaal kwamen daar 2,49 miljoen bij. Dat is een stevig tempo voor hardware die pas kort op de markt is. Of de aangekondigde prijsverhoging daar volgend kwartaal iets aan verandert, is een andere vraag.
De Switch 1 staat inmiddels op 155,92 miljoen, met nog eens 550.000 verkopen in het laatste kwartaal. Geen dramatische aantallen voor hardware van bijna tien jaar oud, maar ook geen nul. Nintendo haalt er gewoon nog geld mee op.
Interessanter zijn de software-cijfers. Pokémon Pokopia staat al op 4 miljoen. Tomodachi Life: Living the Dream, dat eerder dit jaar uitkwam, heeft 3,8 miljoen exemplaren gevonden. Beide titels zijn pril en hebben hun plafond nog lang niet bereikt.

De rest van de verkooplijsten oogt vertrouwd. De eeuwige Mario Kart, de eeuwige Zelda, de eeuwige Animal Crossing. Nintendo weet dat zijn back-catalogue een machine is die zichzelf blijft voeden. Wat nieuw is verkoopt goed omdat het nieuw is. Wat oud is verkoopt omdat ouders het kopen voor kinderen die de originelen nooit hebben gespeeld.
Het opmerkelijke aan deze cijfers is niet dat ze goed zijn. Het opmerkelijke is hoe stabiel het patroon is. Nintendo lanceert een console, vult hem met een handvol grote eigen titels, en wacht. Derde partijen volgen. De console loopt jaren door. Dan komt er een opvolger en begint het opnieuw. De Switch 2 lijkt dat pad te volgen. Of het dezelfde breedte en diepte gaat krijgen als de Switch 1, dat valt nu nog niet te zeggen. Maar de eerste 20 miljoen gaan er snel in.