Metal Gear Solid 4 was de game die nooit geport zou worden. Te diep verweven met de Cell-processor, te veel licenties, te complex. En toch draait hij hier gewoon op de PS5.
Een PS3 die klonk alsof hij elk moment kon opstijgen. Installatieschermen waarin Snake een sigaret rookte terwijl het spel stukje bij beetje op de harde schijf kroop. Een framerate die in de Shadow Moses-sneeuw op zijn knieën ging. Cutscènes die langer duurden dan sommige speelsessies. Groots, absurd, Kojima op zijn Kojima’st, en daarna achttien jaar lang opgesloten achter de muur van de Cell-processor alsof het nooit had bestaan.
Master Collection Vol. 2 haalt het er eindelijk achter vandaan. En hoewel de collectie meer bevat dan alleen MGS4, laten we eerlijk zijn: dit is de reden waarom je hem koopt. Peace Walker en Ghost Babel zijn leuke bijvangst, maar Guns of the Patriots is het hoofdgerecht.
ONTSNAPT
MGS4 op de PS5 ziet er beter uit dan ik had verwacht. 4K, 60 frames per seconde, en laadtijden die zo kort zijn dat je je afvraagt of je iets gemist hebt. De installatieschermen met de rokende Snake zijn verdwenen, logisch, maar ik mis ze stiekem een beetje. Het spel oogt scherper dan ik me herinnerde, al heeft dat waarschijnlijk meer te maken met hoe slecht de PS3-versie eigenlijk draaide dan met wonderen aan Konami’s kant.
De textures zijn niet opnieuw gemaakt. De modellen zijn dezelfde. Dit is een port, geen remake, en dat zie je. Maar het artdesign van MGS4 was in 2008 al sterk genoeg om dat te dragen, en op een modern scherm valt pas goed op hoeveel visuele informatie Kojima’s team erin had gepropt. De Gekko’s die loeien als koeien, de Beauty and the Beast-bosses in hun waanzinnige mechapakken, de smerige slagvelden in het Midden-Oosten: het heeft allemaal persoonlijkheid te over.

En ja, het speelt prima. De besturing voelt wat trager dan wat MGS5 en Delta je inmiddels hebben aangeleerd, maar Snake beweegt soepeler dan in welk deel daarvoor ook. Het sluipsysteem op het slagveld, waarbij je facties tegen elkaar kunt uitspelen, blijft slim bedacht. Jammer dat Kojima het na het tweede akt grotendeels laat vallen ten gunste van setpieces en weer meer cutscènes.
ROKEN TIJDENS DE PAUZE
Want ja, de cutscènes. MGS4 staat bekend om zijn filmische ambities, en die reputatie is volkomen terecht. Dit is een spel waarin je soms letterlijk vijf seconden speelt, vervolgens twintig minuten naar een codec-gesprek kijkt, even een gangetje doorloopt en weer een kwartier op de bank zit. De eindscène duurt ruim een uur. Dat is geen overdrijving.



Voor mij werkt het, grotendeels. Kojima probeert hier dertig jaar aan plotlijnen af te wikkelen, en het feit dat hij daar redelijk in slaagt is knap, zelfs als sommige verklaringen belachelijk zijn. De terugkeer naar Shadow Moses in het vierde akt bezorgt me opnieuw kippenvel, en het slotgevecht is een van de beste bossfights uit de hele serie. Maar als je niet diep in de Metal Gear-lore zit, is dit het slechtst mogelijke instappunt. Je wordt geacht Big Boss, Zero, de Patriots, Liquid, Ocelot en een heel klonenproject te kennen. Succes daarmee als nieuwkomer.
Wat wél jammer is: sommige cutscènes kun je anno 2026 nóg niet skippen. Bij een port van een game die berucht is om de lengte van zijn filmscènes. Dat is een gemiste kans.
FULTON NAAR MOEDERSCHAP
Peace Walker is de tweede headliner, en een game die te weinig mensen kennen. Oorspronkelijk een PSP-titel, hier aangeboden als de HD-versie die eerder op PS3 en Xbox 360 verscheen. Het is in feite de blauwdruk voor The Phantom Pain: korte missies, Mother Base opbouwen, soldaten rekruteren met het Fulton-systeem, wapens ontwikkelen. Allemaal in hapklare brokken die destijds voor onderweg bedoeld waren.



Op een groot scherm merk je de PSP-oorsprong. De omgevingen zijn klein, de textures zijn wat ze zijn, en de bossfights tegen gigantische mecha’s worden na een tijdje een grind. Maar het missiesysteem werkt prima als pick-up-and-play, en het verhaal over Big Boss’ afglijden naar antiheld is een van de betere in de serie. De comicachtige cutscènes van Ashley Wood hebben hun stijl behouden, en het Mother Base-management is verslavend genoeg om je uren bezig te houden.
Wat ontbreekt: crossplay. Bij een game die draait om coöp is dat in 2026 moeilijk te verdedigen. Hopelijk is er genoeg spelerspopulatie per platform om de online missies levend te houden.
SPOOKJES UIT DE GAME BOY
Ghost Babel, de Game Boy Color-titel uit 2000, zit als bonus verstopt in het extra content-menu. Het is een eigenstandig verhaal buiten de canon, gebouwd op de 2D-stealth van de originele Metal Gears, en het is beter dan je zou verwachten. Strak leveldesign, slimme bossfights, en een 8-bit soundtrack die geen recht heeft zo goed te zijn.

Konami heeft er wat displayopties bij gestopt, inclusief een CRT-filter, maar geen save states. In een geëmuleerde Game Boy-game. Dat voelt als een bewuste keuze om puristen tevreden te houden, maar het had gekund.
WAT ER NIET IN ZIT
De collectie bevat verder screenplay books, master books met lore en strategie-informatie, de MGS4 Database-app en een digitale soundtrack. Aardige extra’s, maar als je ze vergelijkt met wat Digital Eclipse tegenwoordig in hun collecties stopt, valt het tegen. De MGS4-documentaire die destijds bij de special edition zat? Niet aanwezig. Concept art? Nee. Metal Gear Online? Ook niet, al was dat op de PS3 al lang offline. En waar zijn Portable Ops, de Acid-games, of Rising: Revengeance? Vol. 2 voelt dunner dan het eerste deel qua hoeveelheid, ook al weegt MGS4 als individuele titel zwaarder.
ACHTTIEN JAAR CEL, EN GEEN DAG VEROUDERD WAAR HET ERTOE DOET
Metal Gear Solid Master Collection Vol. 2 is geen perfecte archiefcollectie, maar dat hoeft ook niet. Je koopt hem voor MGS4, en die port is uitstekend. Peace Walker is een onderschatte parel die je meepakt als bonus, Ghost Babel is een leuke verrassing voor de fijnproevers. Achttien jaar wachten, en het was het waard. ED
Gespeeld op: PS5. Metal Gear Solid Master Collection Vol. 2 is verkrijgbaar vanaf 27 augustus op PS5, Xbox Series X|S, Nintendo Switch, Switch 2 en pc.