Dead or Alive 6 werd in 2019 binnen een jaar gedumpt door zijn eigen uitgever. Nu mag het van Koei Tecmo toch nog een keer opdraven. Gul is anders.
Ik had DOA6 destijds een weekend of twee intensief gespeeld, het toen weggelegd, en er eigenlijk nooit meer aan gedacht. Niet omdat het slecht was, want het vechten was prima. Maar omdat alles eromheen rook naar een game die zichzelf niet helemaal durfde te zijn. Rare DLC-constructies, te weinig content, een serie die zich leek te verontschuldigen voor haar eigen bestaan. En toen werd de stekker eruit getrokken.
Tijdens de State of Play in februari kondigde Koei Tecmo zowel een nieuw deel aan als deze remaster. Last Round moet het gat dichten tot die nieuwe game er is, maar na een week spelen blijft het vooral voelen als DOA6 in een iets netter shirt. Vijf extra personages, een fotomodus, wat visuele verbeteringen, en een prijskaartje van veertig euro voor een game die in 2019 al te mager was.
DRIEHOEKSDRAMA
Maar laat ik beginnen met wat Dead or Alive altijd goed heeft gedaan, en wat het hier nog steeds goed doet: vechten. Het triangle system van strikes, throws en holds is na al die jaren nog steeds het fundament van een fighter die simpel aanvoelt maar je straft zodra je dom doet. Knopjes rammen werkt, tot je tegenstander een hold inzet en je halve levensbalk wegpoetst. Dan leer je snel.

De Fatal Rush en Break Gauge-mechanieken uit 2019 zijn ongewijzigd terug, en dat is tegelijk het goede en het slechte nieuws. Goed, want ze voegen punch toe aan gevechten die toch al lekker tempo hebben. Slecht, want de Break Hold blijft een ontsnappingsknop die het hele triangle system ondermijnt. Twee barretjes meter en je countered alles, ongeacht hoogte. Dat was in 2019 al het grootste kritiekpunt van de community, en Team Ninja heeft er in zeven jaar precies niks aan veranderd. Geen balanswijzigingen, geen systeemaanpassingen, geen nieuwe mechanics. Niks.
VERLOREN PARADIJS
Visueel ziet Last Round er op PS5 strakker uit dan de oude versie. 4K-resolutie, betere anti-aliasing, HDR op alle platformen. Het verschil is merkbaar maar niet wereldschokkend. De personagemodellen zagen er in 2019 al prima uit en doen het in hogere resolutie nog steeds goed. De achtergronden verraden hun leeftijd wat sneller.
Het pronkstuk is het nieuwe Oboro-verlichtingssysteem, dat de Lost Paradise-stage er werkelijk prachtig uit laat zien. Water reflecteert, licht valt natuurlijk, het voelt als een glimp van wat een volwaardige next-gen DOA zou kunnen zijn. Eén probleem: alleen die ene stage heeft de upgrade gekregen. De rest? Onveranderd. Team Ninja belooft dat meer stages gratis geüpdatet worden, maar op de dag van release is het mager.
VIJF ERBIJ, TWEE ERAF
De roster groeit van 24 naar 29 personages. Nyotengu, Phase 4, Momiji, Rachel en Tamaki zitten er vanaf het begin in, wat de line-up een stuk gezonder maakt dan bij de originele release. Kasumi, Ayane, Marie Rose, Honoka en NiCO krijgen nieuwe outfits. Tot zover prima.



Maar Mai Shiranui en Kula Diamond, de twee King of Fighters-gastpersonages die als DLC in het origineel zaten? Die moet je opnieuw kopen. Ja, ook als je ze al had. En nee, er is geen korting voor bestaande eigenaren. Je oude save kun je wel overzetten, net als eerder gekochte kostuums, maar het voelt alsof Koei Tecmo je bedankt voor je loyaliteit door je de rekening te geven.
FOTOBOEK VOOR GEVORDERDEN
De nieuwe fotomodus is verreweg de meest eerlijke toevoeging. Je kiest een stage, twee personages, stelt poses in, past gezichtsuitdrukkingen aan, en kunt zelfs combo-animaties pauzeren om het perfecte moment vast te leggen. Het is uitgebreid, het past bij de serie, en producer Yosuke Hayashi noemde het niet voor niks de “ultieme fotomodus.” Laten we eerlijk zijn: we weten allemaal waar de gooner-community dit voornamelijk voor gaat gebruiken. Maar los daarvan is het gewoon goed gemaakt.

DOOD BIJ AANKOMST ONLINE
Dan het pijnpunt dat je al zag aankomen. Geen rollback netcode. Geen crossplay. In 2026. Voor een fighter. Dat is niet teleurstellend, dat is onbegrijpelijk. Zelfs Capcom’s retro-compilaties hebben tegenwoordig rollback, maar een game die zich als definitieve editie presenteert draait nog op delay-based netcode en splitst zijn playerbase per platform. De online lobby’s komen via een day-one patch, maar zonder crossplay is de kans groot dat je na een paar weken tegen dezelfde drie mensen vecht.
EN DE REST?
De story mode is nog steeds een rommeltje van losse scènes die per personage door een tijdlijn springen alsof iemand een kaartenbak door elkaar heeft gegooid. DOA Quest is nog steeds een prima manier om wat uitdagingen door te werken als je geen zin hebt in online. Arcade, Survival en Time Attack zijn er ook nog, precies zoals je ze achterliet in 2019. Er is letterlijk niks nieuws aan de modi.
De gratis Core Fighters-versie is er weer, met vier speelbare personages. Als je nieuwsgierig bent naar DOA maar geen veertig euro wilt neerleggen voor een zeven jaar oud spel met een likje verf, is dat je beste optie.
DURE UPDATE, MAAR HET VECHTEN IS NOG STEEDS DE BOMB
Dead or Alive 6 Last Round is een betere versie van een fighter die in 2019 al tekortschoot, en die zeven jaar later nog steeds dezelfde gaten heeft. Het vechten is lekker, de fotomodus is een welkome toevoeging, en als je DOA6 nooit hebt gespeeld is dit zonder twijfel de versie om te pakken. Maar voor iedereen die er destijds al stond, voelt dit als een belofte op een bierviltje. Geen 99 dit keer, maar wel een eerlijke tweede kans.