Review: Invincible VS is een brutaal vechtspel dat schreeuwt om meer vlees op de botten
PU.nl
Reviews

Review: Invincible VS is een brutaal vechtspel dat schreeuwt om meer vlees op de botten

Kort maar krachtig. Vooral kort.

Exploderende koppen, literbakken bloed, snorren zo dreigend dat ze een eigen hitbox verdienen, en een combosysteem dat weigert te stoppen. Met andere woorden: Invincible heeft een vechtspel.

En niet zomaar eentje. De ontwikkelaar is Quarter Up, een studio die voor het eerst van zich laat horen maar die je eigenlijk al kent. Het team bestaat grotendeels uit de mensen achter de Killer Instinct-reboot uit 2013, en dat merk je binnen vijf minuten. Invincible VS is een 3v3 tag fighter die op papier naar Marvel vs. Capcom ruikt, maar onder de motorkap vol zit met Killer Instinct-DNA. De controls zijn gesimplificeerd: geen kwartcirkels, geen dragon punches. Eén richting plus de speciale knop, klaar. Vergelijkbaar met de moderne besturing van Street Fighter 6, maar dan als standaard in plaats van trainingswieltjes. Makkelijk instappen, dus.

COMBO BREAKER MET EEN SNOR

Waar het interessant wordt, is het tagsysteem. Tijdens een combo vult een meter zich, en zodra die vol is, stopt je aanval. De enige manier om door te gaan is je teamgenoot in te wisselen, die de combo naadloos voortzet. Maar je tegenstander kan op dat moment een counter tag uitvoeren, mits de timing klopt. En jíj kunt die counter tag weer baitten door je tag te vertragen of te faken.

Dit heen en weer is de kern van Invincible VS en het is verrassend verslavend. Succesvol een counter tag uitlokken met een feint voelt fantastisch. Er zit een laag mindgames in die je bij veel andere fighters niet vindt, en die direct uit de Killer Instinct-school komt. Het combo breaker-systeem heeft wel wat balanswerk nodig: je kunt met twee meter bars een assist breaker uitvoeren die je uit elke combo trekt, maar het kost je de helft van de recoverable health van je teamgenoot plus een flinke cooldown. In theorie een zware keuze. In de praktijk spammen beginners het ding alsof het gratis is, omdat elke character met drie volle meter bars begint. Dat maakt wedstrijden soms onnodig lang.

ACHTTIEN IS GENOEG. TOCH?

Het roster telt achttien personages bij launch, wat voor een 3v3 fighter aan de magere kant is. Je hebt zes personages per wedstrijd op het scherm, dat is een derde van het totale aanbod. De variatie zit ‘m vooral in de niet-Viltrumites: Cecil met z’n gadgets en teleports, Dupli-Kate met haar klonen, Atom Eve als zoner. De Viltrumites zelf zijn ondanks hun gedeelde “heel hard slaan”-filosofie verrassend divers, al moet je wel even door de eerste indruk heen kijken. Ella Mental, een gloednieuw personage ontworpen door Robert Kirkman zelf, is een elementalist die wat frisheid brengt in een roster dat anders wel erg veel grote kerels met snorren zou tellen.

Elk personage heeft z’n eigen mastery-systeem waarmee je kleuren, artwork en cosmetische items vrijspeelt. Dat klinkt als een battle pass in vermomming, maar er zitten (nog) geen microtransacties aan vast. In 2026 is dat bijna een feature op zich.

AFLEVERING NUL-KOMMA-VIJF

De story mode is kort. Niet “kort voor een vechtspel” kort, maar “ik stond op om koffie te zetten en toen waren de credits al bezig” kort. Reken op een uur, anderhalf als je op een hogere moeilijkheidsgraad speelt. Het verhaal is origineel en speelt zich af rond seizoen 3 van de animatieserie. De cutscenes zijn fraai geanimeerd in een Spider-Verse-achtige stijl met verlaagde framerate, en de meeste stemacteurs van de serie zijn terug, inclusief J.K. Simmons als Omni-Man. Maar het plot zelf voelt als een filleraflevering die halverwege werd afgekapt. Je wordt van gevecht naar gevecht gestuurd zonder dat er narratief iets op het spel staat, en het eindigt op een cliffhanger die nergens heen gaat. Zonde, want het bronmateriaal is zo rijk dat je er tien story modes mee kunt vullen.

Buiten de story heb je een arcade mode en online play. Dat is het. Geen survival, geen tijdmodus, geen combo trials. De arcade mode heeft per personage een kort eindiginkje dat varieert van “ik bescherm mijn vrienden” tot “wij zullen deze planeet veroveren”, alsof iemand het op vrijdagmiddag om kwart voor vijf heeft geschreven.

BLOOD MAKES THE GRASS GROW

Wat Invincible VS wél goed doet: de toon van de serie vangen. Personages bloeden realistisch naarmate een gevecht vordert. Kostuums scheuren. En als je een tegenstander afmaakt met de juiste move, explodeert z’n hoofd of vliegt z’n lichaam uit elkaar. Geen Fatality-niveau qua cinematografie, maar het past perfect bij het universum. De soundtrack van The Glitch Mob pompt er stevige elektronische beats doorheen die verrassend goed werken, zowel tijdens gevechten als los ervan.

Online draait het spel op rollback netcode met crossplay, en in mijn tests liep alles soepel. Dat is in 2026 het absolute minimum, maar het is fijn dat het gewoon werkt.

HET KNELT

Grafisch is Invincible VS geen hoogvlieger. De modellen zijn prima, de cel-shading werkt, maar vergeleken met de grote jongens in het genre zie je dat het budget ergens ophield. Sommige animaties voelen stijf, en een paar arena’s zijn zo generiek dat je ze na twee gevechten alweer vergeten bent. De verwoestbare stadslevel waar gebouwen per ronde verder instorten is het absolute hoogtepunt, de rest zakt daar flink onder.

En dan de tutorial: die legt de basis uit, maar mist combo trials en character-specifieke uitleg. Voor een game die nadrukkelijk casual spelers wil aantrekken via de populariteit van de serie, is dat een gemiste kans.

REVIEW
73

PRIMA, MAAR NOG NIET AF

Invincible VS is een stuk beter dan het had moeten zijn. Het gevecht is stevig, het tagsysteem geeft diepte, en de Invincible-licentie wordt met respect behandeld. Maar de verpakking is mager. Te weinig singleplayer-content, een story mode die voelt als een demo, en een roster dat net te krap is voor het 3v3-format. Als Quarter Up dit blijft ondersteunen, kan het uitgroeien tot iets moois. Nu is het een prima vechtspel met een hoop potentie en te weinig vlees.

Invincible VS is verkrijgbaar voor PS5, Xbox Series X|S en pc. De game kost 49,99 euro. Voor deze review is gespeeld op PS5.