Pokémon en free-to-play. Twee woorden waarvan je zou denken dat de rijkste mediafranchise ter wereld ze niet nodig heeft.
Toch is het idee achter Champions niet gek. Het is een gratis online battle-simulator in de geest van het oude Pokémon Stadium: teams samenstellen, stats tweaken en andere spelers uitdagen. Geen verhaal, geen wildernis, geen vangst-mechanic. Gewoon teams bouwen en vechten.
De competitieve Pokémon-scene, de Video Game Championships (VGC), heeft altijd een drempel gehad die hoog genoeg was om de meeste spelers buiten de deur te houden. Uren kweken, trainen, optimaliseren, alleen maar om een team bij elkaar te krijgen dat niet meteen van de ladder wordt geveegd. Champions belooft dat hele voortraject weg te strepen. Gewoon een team in elkaar klikken en gaan vechten. Klinkt als iets dat jaren geleden had gemoeten. En deels is het dat ook. Deels.

SCHUIFJES EN SLIDERS
Laat ik beginnen met wat wél werkt, want dat verdient Champions. Het trainingssysteem is briljant in zijn eenvoud. IVs bestaan niet meer. EVs stel je in met een slider. Natures, moves, abilities: alles pas je aan vanuit één menu. Waar je in eerdere delen een complete avond kwijt kon zijn aan het fokken en finetunen van één Pokémon, heb je hier binnen vijf minuten een compleet team staan. Dat scheelt niet een beetje, dat scheelt een wereld.
De UI in gevechten is eveneens een stap vooruit. Statveranderingen, resterende beurten van veldeffecten, type-effectiviteit, het staat er allemaal. Waar je vroeger een notitieboekje nodig had om bij te houden of die Tailwind er nog was, geeft Champions je die informatie gewoon. Zelfs de nieuwe labels “Extremely Effective” en “Mostly Ineffective” voor dubbele type-zwaktes zijn slim. Dat had tien jaar geleden al gemoeten.

KALE BOEL
Maar dan het roster. Rond de 186 Pokémon bij launch, van de ruim duizend die er bestaan. Dat is op zich te verdedigen als bewuste keuze voor een vers meta. Wat minder te verdedigen is: de afwezigheid van items die al sinds generatie vier tot de basisuitrusting behoren. Geen Life Orb. Geen Choice Band of Specs. Geen Assault Vest. Geen Safety Goggles, waardoor Venusaur met Chlorophyll en Sleep Powder vrijwel onaanraakbaar is als de zon schijnt.
Het resultaat is een meta dat na een dag of twee al behoorlijk voorspelbaar aanvoelt. Je ziet dezelfde zes Pokémon in elke andere wedstrijd, en de tegenstrategieën die normaal beschikbaar zijn, ontbreken simpelweg. Champions wil nieuwkomers een eerlijke kans geven, maar door zoveel tools weg te halen creëer je geen balans. Je creëert verveling.

En dan de modi. Singles is 3v3. Doubles is 4v4, het officiële VGC-format. Dat is het. Geen 6v6, niet in ranked, niet in privélobby’s, nergens. Geen Triple Battles, geen Rotation, geen Little Cup. Als je hier niet voor VGC komt, is er letterlijk niets anders te doen.
DERTIG FRAMES PER TELEURSTELLING
De technische kant is waar Champions echt pijn doet. Dertig frames per seconde. Op Switch 2. Een console waar Scarlet & Violet en Legends: Z-A gewoon op zestig draaien. Champions rendert twee tot vier Pokémon in een arena en haalt daar niet meer uit dan een game uit 2019. De menu’s voelen traag, de textures zijn lage resolutie, en er zijn framedrops bij statuseffecten als burn en paralysis.
Erger nog zijn de bugs. In meerdere gevechten klopte de snelheidsvolgorde niet. Pokémon die absurd langzaam zijn, vallen aan vóór snellere teamleden, buiten Trick Room om. In een spel dat zich volledig richt op competitief, is dat niet een schouderophaal-bugje. Dat is een probleem dat wedstrijden beslist. The Pokémon Company heeft al patches uitgebracht, maar het feit dat dit bij launch zo het daglicht zag, zegt genoeg.

GRATIS, MET EEN PRIJSKAARTJE
Het verdienmodel is een bekend recept: gratis te downloaden, maar met een Starter Pack van zo’n acht euro, een Battle Pass van een tientje, en een jaarabonnement van vijftig euro. De Battle Pass bevat vooral cosmetica, wat op zich netjes is. Het probleem zit in de details. Mega Stones zitten achter de Battle Pass. Extra opslagruimte voor Pokémon, essentieel als je meer dan dertig wilt bewaren, kost geld of moet je vrijspelen via een trage grind. En het trainen van je team kost Victory Points, die je verdient door te winnen, maar die snel opraken als je experimenteert met builds.
Voor veteranen met een volle Pokémon HOME is het draaglijk. Voor de nieuwkomer die Champions juist wil bereiken, is het een vreemde boodschap: welkom bij competitief Pokémon, nu even je portemonnee erbij pakken.
EN SHOWDOWN DAN?
De Snorlax in de kamer. Pokémon Showdown bestaat al jaren, is gratis, draait in je browser, heeft elk Pokémon, elk item, elk format, en laat je in seconden een team bouwen en testen. Champions komt daar niet in de buurt. Niet nu, waarschijnlijk nooit. Wat Champions wél heeft is officiële status: VGC-toernooien worden hier gespeeld. Dat is de reden om het te spelen. Niet omdat het beter is, maar omdat het moet.
KOMT GOED. OOIT.
Pokémon Champions lost een oud probleem op en creëert er tien nieuwe bij. Het trainingssysteem is fenomenaal, de gevechten zelf zijn verslavend, maar de technische staat, het karige aanbod en de bugs maken dit een spel dat je beter even kunt laten liggen tot het klaar is. En dat is gênant voor een game die het visitekaartje van competitief Pokémon moet zijn.
Pokémon Champions is sinds 8 april beschikbaar op Nintendo Switch. Een iOS- en Android-port verschijnen later in 2026.