De drie grootste RAM-fabrikanten ter wereld, Samsung, SK Hynix en Micron, worden aangeklaagd via een class action lawsuit in de Verenigde Staten. De aanklacht stelt dat het trio samenwerkt om geheugenprijzen kunstmatig hoog te houden en het aanbod bewust te beperken.
De class action lawsuit, gemeld door Law360, is ingediend namens een groep individuele consumenten en bedrijven. Volgens de aanklacht produceren de drie bedrijven vrijwel al het DRAM ter wereld en maken ze daar misbruik van door gelijktijdig de productie van DDR3 en DDR4 terug te schroeven. In plaats daarvan richten ze zich op HBM, een duurdere variant die voornamelijk door AI-datacentra wordt gebruikt. Consumenten die gewoon geheugen nodig hebben, betalen de rekening.
In een gezonde markt had minstens één van de drie de stijgende prijzen als kans moeten zien om juist méér conventioneel geheugen te produceren, stelt de aanklacht. Dat is niet gebeurd. Alle drie schroefden ze tegelijkertijd hun productie terug en lieten in sommige gevallen bestaande leveringskanalen simpelweg vallen. En omdat een nieuwe DRAM-fabriek tientallen miljarden kost en jaren in beslag neemt, is er niemand die ze kan onderbieden.
Het is niet de eerste keer. In 2005 pleitte Samsung schuldig en betaalde 300 miljoen dollar boete voor het manipuleren van DRAM-prijzen. Hynix betaalde 185 miljoen dollar, Micron ontliep een boete door als klokkenluider op te treden. Tussen 2016 en 2018 onderzocht China de drie opnieuw. De huidige aanklacht noemt dit de derde cyclus in dezelfde markt, met dezelfde bedrijven.
De gevolgen zijn overal voelbaar. De prijsstijging van RAM raakt de hele hardware-industrie al maanden. Microsoft maakte vorige week bekend dat Xbox-consoles tot 150 euro duurder worden, Apple verhoogde op dezelfde dag zijn hardwareprijzen en de Steam Machine werd bijna 400 euro duurder dan Valve oorspronkelijk plande. Sony en Nintendo verhoogden eerder al hun consoleprijzen, en analisten verwachten dat er nog meer komt.